Ed

Groningen, 1960. Opgegroeid in een van de saaie buitenwijken van de stad Groningen, waar het helemaal niet zo saai was als het leek. Met twee zussen een moeder en een vader. Zussen leven, ouders niet. Arbeidersmilieu, geen vetpot maar goed verzorgd.

Behept met een voortdurende verbijstering over het mensdom; de enorme incongruentie die door alle lagen van de mensheid snijdt, het onmiskenbare theater waarin je de touwtjes bijna letterlijk aan de poppen ziet slingeren… dit kan niet anders dan een droom zijn.

Ik ben nog niet wakker uit die droom. Wellicht ooit: ik hoop het. Ik heb daar regelmatig gesprekken met Maya, de godin van de illusie over en ben tot de conclusie gekomen dat de beste manier om diep in slaap te blijven is te denken dat je wakker bent. Dat zijn er best veel, die dat denken; als ik zo eens om me heen lees.

Ik ben niet van de sociale contacten: ik voel me daar niet prettig bij. Zakelijk vind ik het prima om contact met mensen te hebben: privé niet, op één uitzondering na, en verder ben ik liever met katten, honden, koeien, paarden en nog wat meer diersoorten.

Ik speel basgitaar in een countryband en geniet enorm van het samen spelen; heerlijk om naar elkaar te luisteren, zonder hele gesprekken te hoeven voeren.