Laat me eerst even vertellen wie ik ben. Mijn naam is Greetje Looimans, en ik studeer voor therapeut. Ik leer hoe andere mensen betere mensen kunnen worden, zodat ze prettiger voor zichzelf en hun omgeving worden.

Al zeg ik het zelf: ik heb het heel aardig voor elkaar. Je moet in dit leven een beetje slim zijn en goed kijken en luisteren, dan kom je een heel eind. Wat vaak vergeten wordt echter, is dat het juist de kleine, alledaagse dingetjes zijn die het verschil maken tussen prettig leven en geleefd worden. Je kunt het jezelf zo ontzettend moeilijk maken, maar ook heel makkelijk.

Die kleine dingetjes kom je de hele dag door overal tegen, dus waarom zou je ze niet in je voordeel benutten? Neem nou die fles frisdrank in de koelkast. Als je die leegdrinkt, moet je ‘m wegzetten voor het statiegeld, en een nieuwe fles in de koelkast zetten. Dus zorg ik altijd dat er een nog net aanvaardbare hoeveelheid in de fles achterblijft, zodat degene die na mij komt, genoodzaakt is om de fles op te ruimen en te vervangen. Desnoods leng je het een beetje aan met water, mocht er toch te weinig in zitten.

De toiletrol is ook zoiets. Voor je het in de gaten hebt, heb je het laatste vel toiletpapier van de rol gerukt en zit je zeker een halve minuut langer op de pot, want plastic verpakking openmaken, nieuwe rol eruit halen, oude rol van de houder, in het prullenbakje gooien (dat altijd net vol is, dus goed aanstampen met de voet zodat degene die hem moet legen –nooit ikzelf!- de gebruikte maandverbandjes eruit moet peuteren), nieuwe rol op de houder, eerste velletje lostrekken – met lange, smalle, gescheurde stroken papier aan de zijkant, liefs vierlaags zodat je zit te pulken om de rol echt aan de gang te krijgen – en dan nog eens verder met vegen… mij niet gezien. Goed, het jeukt na verloop van tijd een beetje en je ondergoed moet je niet boven in de wasmand leggen als je gaat douchen, maar meestal is het toch slechts een kwestie van een uurtje voordat er weer iemand naar het toilet is geweest en het hele ‘rollenspel’ heeft uitgevoerd, waarna ik alsnog de boel kan reinigen.

Tijdens de studiedagen neem ik altijd lekkere hapjes en wat yoghurt mee voor bij de lunch, en die zet ik in de gezamenlijke koelkast. Altijd even een etiketje met ‘Greetje’ erop, anders is het weg: je kunt mensen nu eenmaal niet vertrouwen…

Voordat ik naar huis ga, haal ik even het etiketje van de lekkernijen in de koelkast af, anders weet degene die de zuur geworden bende moet opruimen natuurlijk meteen van wie die spullen zijn.

Op school zorg ik dat ik altijd net even vóór de anderen vertrek, zodat ik niet achterblijf om de ramen te sluiten, de verwarming laag te zetten en de kopjes af te wassen. Het vergt een beetje timing om dat precies op het uiterste moment te doen – ik wil natuurlijk niet missen wat er zo aan het eind van de dag wordt geroddeld – maar na een tijdje heb je haarfijn de ‘aanstalt-bewegingen’ onder de knie: iemand zet vast zijn voet een stapje naar opzij, en dan weet jij dat hij gaat zeggen: ‘Ik ga er eens vandoor.’ De kunst is dus om precies op het moment dat hij zijn voet naar buiten zet, te zeggen: ‘Mijn hemel, ik moet weg. Tot morgen allemaal.’ Dan direct vertrekken, maar nog wel even de gelaatsuitdrukking bekijken van degene die net wilde gaan zeggen dat hij naar huis ging; de lol zit in kleine dingen, weet je nog?

Het zijn maar kleine dingetjes, zoals gezegd, maar het spaart een hoop tijd en energie uit, die je dan weer kunt gebruiken voor het bedenken van nieuwe strategieën. En dan heb ik het nog niet eens over een pijnlijk gezicht trekken en naar je rug grijpen tegen de tijd dat de vuilniszakken naar buiten moeten. Of heel pips gaan kijken als de afwas gedaan moet worden. Een wind laten in gezelschap en dan je ‘Gadverdamme-wie-heeft-hier-iets-gelaten-gezicht’ opzetten, koffie op de vloerbedekking morsen en neutraal de andere kant opkijken alsof je het niet in de gaten hebt, intussen nauwelijks waarneembare schuifelpasjes maken – weg van de vlek… Grote kans dat niemand het in de gaten heeft. Voor de geloofwaardigheid kijk je een kwartiertje later naar de vlek en zegt tegen de anderen: ‘Dat snap ik nou niet hè, dat ze dat niet even opruimen. Is toch een kleine moeite? Maar ja; er is nooit een briefje bij wie het heeft gedaan.’ Daarbij zucht je nadrukkelijk, om je bezorgdheid te tonen.

Intussen heb ik het erg naar mijn zin op de therapeutenopleiding. Het belangrijkste wat ik heb geleerd hier, is dat je altijd je eigen verantwoordelijkheid moet nemen, anders los je nooit je problemen op. Ik kan me er nu al op verheugen om mijn cliënten te leren hoe ze dat moeten doen.

Ja, ik heb het leuk voor elkaar, vind ik. Ik vraag me alleen af waar ik iedere avond zo moe van ben…