In onze cultuur wordt de nadruk gelegd op het gesproken en geschreven woord. Verbale communicatie is de meest gewaardeerde en tevens  de belangrijkste vorm van communiceren.

Denkt men.

Want de gesproken taal beslaat slechts een klein deel van onze communicatie. De rest is non-verbaal. We vertellen veel meer met onze non-verbale communicatie dan we denken. Dat doen we door onze houding, bewegingen, inrichting van ons huis, de auto waarin we rijden, de manier waarop we onze jas ophangen (en waar we deze ophangen), de hoeveelheid geur (bijvoorbeeld transpiratie of parfum) die we verspreiden, enzovoort.

Lichaamstaal is zuiverder en eerlijker dan het gesproken woord, omdat het lichaam nooit liegt. Je kunt weliswaar gebaren aanleren die eerlijkheid moeten uitstralen, maar ten eerste komt dat praktisch altijd gekunsteld over – kijk maar naar politici – en ten tweede is er zo’n groot aantal autonome (zelfsturende) processen in het lichaam gaande, dat je dat nooit volledig kunt controleren. Een goede waarneming legt dergelijke kunstgrepen dan ook onmiddellijk bloot.

Blozen, kippenvel en pupilgrootte zijn voorbeelden van deze autonome processen. We kunnen ze over het algemeen niet bewust beheersen en het zijn er bovendien te veel om allemaal tegelijk te kunnen controleren. Dat maakt lichaamstaal zo eerlijk, goed waar te nemen, en tevens zo moeilijk te interpreteren.

In de wat oppervlakkiger beschouwingen over lichaamstaal worden min of meer ‘vaststaande lijsten’ opgesomd: armen over elkaar betekent afsluiting, de lippen met de tong bevochtigen duidt op seksuele interesse, et cetera. Dat gaat natuurlijk nooit altijd op. Want wat betekent deze verklaring nog, wanneer iemand de armen over elkaar slaat omdat het koud is? Of de lippen met de tong bevochtigt omdat de lippen droog zijn?

Toch kun je dit soort aanwijzingen wel als globale richtingaanwijzers gebruiken, zolang je alert blijft op eventuele generalisaties, die vooral in het interpreteren nogal snel optreden.

Een vollediger beeld

Veel belangrijker dan de houdingen en gebaren op zich, zijn het tijdstip waarop ze zich voordoen of veranderen, in welke context dat gebeurt en de mate waarin ze veranderen. Hierdoor krijg je een veel vollediger beeld van wat zich afspeelt bij je gesprekspartner, en heb je ook veel minder kans op onjuiste interpretaties op basis van een geïsoleerd gebaar.

Marijke en Jacob zijn goede vrienden, en ze praten over de mogelijkheid om samen met vakantie te gaan. Jacob ‘praat veel met zijn handen’. Tijdens het gesprek fladderen zijn handen van de ene naar de andere kant, maken bezwerende gebaren, schulpen zich om een onzichtbaar kleinood, de vingers wijzen, wenken, prikken, en wriemelen, en Marijke, die dit schouwspel geboeid zit te bekijken, bedenkt dat ze Jacob niet anders kent dan met bewegende handen. Na een tijdje, als Jacob is uitgepraat, zegt ze: “Wat bijzonder eigenlijk, dat we al ruim twaalf jaar vrienden zijn, en dat het nooit verder dan vriendschap is gekomen.”

Jacob, zijn handen nog ergens onderweg in de lucht, kijkt haar strak aan terwijl zijn handen een duikvlucht naar zijn schoot maken en daar stil blijven liggen gedurenden zo’n tien seconden. “Eh… Ja,” zegt hij, “dat komt vast niet zo vaak voor.” Ze lachen en Jacobs handen beginnen weer aan een volgende choreografie. Nadat ze later die dag afscheid hebben genomen, heeft Marijke het gevoel dat er iets veranderd is bij Jacob, hoewel ze er niet de vinger op kan leggen.

Dit is typisch een voorbeeld waarbij het waarnemen van lichaamstaal kan leiden tot een veranderde kijk op iemand. Het is duidelijk dat Jacobs lichaamstaal plotseling veranderde toen Marijke haar opmerking over de twaalfjarige vriendschap maakte. Maar wat vertelt die verandering – in dit geval het plotseling stilhouden van de anders immer bewegende handen – over de gemoedstoestand en de gedachten van Jacob?

Daar zit het lastige gedeelte bij het waarnemen en interpreteren van lichaamstaal. Je kunt het nooit zeker weten, tenzij je het verifieert. In het voorbeeld zou de plotselinge verandering in de lichaamstaal van Jacob kunnen betekenen dat hij:

  • schrok van Marijkes opmerking
  • zich betrapt voelde omdat hij al heel lang verliefd op haar is
  • er niet aan zou moeten denken om meer dan vriendschap met Marijke te hebben
  • verrast is over de mogelijkheid
  • er net zelf aan zat te denken
  • juist zat te fantaseren hoe hij toenadering zou gaan zoeken tijdens de vakantie
  • enzovoort

Bovenstaande opsomming is niet volledig. Feit is, dat interpretatie heel moeilijk is op basis van slechts één verandering in houding of gebaren. Bovendien is in dit voorbeeld alleen de zichtbare lichaamstaal beschouwd. We hebben natuurlijk meer zintuigen. Helaas wordt echter vaak weinig aandacht besteed aan de andere zintuigen. Wat je hoort, ruikt, voelt en proeft is minstens even belangrijk bij het waarnemen, maar in een ondergeschikte rol terecht gekomen door onze grotendeels visueel ingestelde cultuur.

Lichaamstaal beluisteren

Hoewel veel mensen daar niet bewust mee bezig zijn, is lichaamstaal iets wat je ook zeer goed kunt horen. Denk daarbij aan intonatie, ritme, snelheid, volume en timbre bij het spreken, bewegen en gebaren van je gesprekspartner. De inhoud is verbale communicatie. De manier waarop dingen gezegd worden echter is lichaamstaal. Ook de geluiden die gemaakt worden bij het gaan zitten en opstaan, bij het eten en drinken, het lopen en bewegen, kunnen ons iets vertellen over de persoon die ze maakt.

Mensen kunnen bijvoorbeeld veel ‘akoestische ruimte’ innemen door het produceren van veel geluid. Wellicht ken je iemand in je omgeving die bijna altijd geluid maakt door zuchten, het verschuiven van voorwerpen of voeten, wiens jas ‘ruist’, die ritmes op de stoelleuning trommelt, neuriet, kortom: die continu een of ander geluid produceert. Dit kan duiden op een angst voor stilte of op een surplus aan energie wat op deze manier wordt afgevoerd. Ook kan het betekenen dat je met een ongeduldig persoon te maken hebt. Er zijn meer verklaringen mogelijk voor het produceren van veel geluid.

Janneke heeft een hekel aan haar docent economie. Ze weet niet waarom, maar hij irriteert haar. Zonder dat Janneke – anders een rustig type – het in de gaten heeft, maakt ze tijdens de lessen economie meer geluid dan anders. Ze laat haar boek vallen, ritselt met een snoeppapiertje, kucht veel, krijgt een niesbui, verschuift haar stoel, en dat telkens als de economiedocent aan het woord is.

Wat door Janneke niet rechtstreeks wordt verteld (‘ik heb een hekel aan je’), maakt ze onbewust duidelijk door haar auditieve lichaamstaal. Door het produceren van – soms storende – geluiden, maakt ze het de docent moeilijker om haar of zijn verhaal te doen. Een kwestie van macht en onmacht en de compensatie daarvan. Te laat komen, een GSM laten aanstaan of de les anderszins verstoren zijn tevens mogelijkheden om dit te doen.

Ruik je wat ik bedoel?

Geur is een van de meest ondergewaardeerde mogelijkheden bij het waarnemen van lichaamstaal. Toch pikken we – meestal onbewust – veel geursignalen op. Iemand kan zijn naaste omgeving behoorlijk domineren door het verspreiden van een doordringende geur, bijvoorbeeld een enorme hoeveelheid parfum of after-shave of transpiratievocht. Deze geuren worden meestal wel bewust waargenomen door de omgeving. De subtielere geursignalen echter, worden op een ander niveau waargenomen. Dieren doen dat continu en het is een vrij betrouwbare manier om iets te weten te komen over anderen.

Bij angst, boosheid, seksuele opwinding, wantrouwen, haat en liefde bijvoorbeeld, scheidt ons endocriene stelsel hormonen uit zoals adrenaline, noradrenaline en feromonen. Ook al pikken we deze geuren niet bewust op, ze zijn er wel degelijk en we nemen ze ook waar. Het oudere gedeelte van onze hersenen (dat gedeelte wat we in de oertijd meer gebruikten) verwerkt deze signalen en zo kan het gebeuren dat we iemand heel aardig of juist niet aardig vinden, terwijl we daar geen enkele bewuste verklaring voor hebben.

Het lichaam proeven

Wat in de dierenwereld een heel normaal sociaal verschijnsel is, vormt bij de mensen een taboe: elkaar proeven. Dit is in onze cultuur alleen aan geliefden voorbehouden. Een tongzoen vertelt heel veel over de gemoedstoestand van de ander, mede door de stoffen die men ruikt en proeft. Een goede manier om met iemand kennis te maken dus, zou je zeggen. Dat wel, maar of het door iedereen gewaardeerd wordt, valt te betwijfelen. De enige manier waarop wij (buiten de liefde en seks) elkaar nog proeven, is bij eten dat iemand zelf klaarmaakt, het aanbieden van een drankje of iets lekkers. Een soort indirect proeven dus, en niet gemakkelijk te gebruiken bij het waarnemen en interpreteren van lichaamstaal.

Gevoelens voelen

Voelen doen we gelukkig nog wel. De handdruk is de meest voorkomende contactvorm bij een kennismaking of ontmoeting. En juist die handdruk kan enorm veel vertellen over de persoon erachter. Wanneer je bijvoorbeeld een hand van iemand krijgt, die met de palm naar beneden is gericht, alsof jouw hand naar beneden gedrukt wordt, heb je meestal met een dominant persoon te maken. Dit is ook het geval wanneer er overdreven hard geknepen wordt, of heel nadrukkelijk op en neer gepompt bij het handenschudden. Ook de vochtigheid, de temperatuur en de oppervlaktestructuur zeggen iets over de persoon achter de handdruk. Daar we meestal ook de persoon aankijken bij het handenschudden en dicht bij haar of hem staan, geeft de handdruk ons een mogelijkheid om te zien, te voelen, te luisteren en te ruiken. Het proeven bewaren we dan voor het – samen – eten.