Over weinig wordt zoveel gepraat, geschreven, gezongen, gedicht en gedacht als over liefdesrelaties. Vanwege het belang dat wij hechten aan een goede relatie, is dat ook heel logisch. Toch gaat er, ondanks al die aandacht, nog veel mis in relaties en vaak heeft dat te maken met de manier van onderling communiceren. Wanneer de communicatie vanaf het begin van een relatie congruent is – overeenstemt met het gedrag, de gedachten, voorkeuren en eventuele afkeer – gaat het meestal wel goed en kunnen twee mensen het uitstekend met elkaar vinden; ook wanneer het eens wat minder goed gaat. Vooral dat laatste is interessant omdat juist in de wat moeilijker tijden een groter beroep wordt gedaan op de band en de communicatie van beide partners.

Onze relaties zijn – net als veel andere dingen – een afspiegeling van onze persoonlijke ontwikkeling en van onze evolutie als soort. Dit gegeven kunnen we benutten in onze zoektocht naar verlichting, ontwikkeling en evolutie. Naast een afspiegeling van wat er op andere (individuele en gezamenlijke) vlakken plaatsvindt, zijn relaties namelijk ook vervuld van leermogelijkheden en wegen tot geluk en vervulling. Uiteindelijk zal iedereen de mogelijkheden kennen en ook kunnen toepassen, die leiden tot relaties zoals ze in beginsel zijn bedoeld: met twee ‘enen’ een derde maken zonder verlies van identiteit en vanuit zuivere liefde. Een moeilijke opgave, dat wel, maar de beloning is bijzonder groot en vervullend.

Hiertoe zullen we echter eerst diep in onszelf moeten kijken, eerlijkheid tegenover onszelf betrachten en bereid zijn de geijkte ‘waarheden’ te laten voor wat ze zijn. Pas dan kunnen we in vrijheid en zuiverheid leren liefhebben.

Onder meer de manipulatie zoals die juist in relaties veel wordt gebezigd, zal aan een nauwkeurig onderzoek dienen te worden onderworpen, om uit te vinden wat nu eigenlijk de werkelijke motivaties achter onze relaties zijn. Dat zal nog een flinke knal geven want bijna iedere relatie is gebaseerd op compensatie, macht of onmacht, economie, conventies en andere motivaties die niets met liefde te maken hebben, ook al zijn ze daar meestal wel mee begonnen. Daar vloeit automatisch manipulatie uit voort en het is een flink karwei om dat te leren zien, te doorzien en op te lossen. Het is echter wel degelijk te doen, zolang we niet bezig gaan met het opvoeden of veranderen van anderen – onze partner bijvoorbeeld. Ten eerste lukt dat nooit en ten tweede houden we onszelf dan tegen in onze groei.

Als mensen twijfelen of ze zullen gaan samenwonen of trouwen, adviseer ik ze om een paar weken samen in een klein tentje te gaan kamperen. Niet dat zoiets altijd zekerheid biedt natuurlijk, maar je hebt een goede kans dat eventuele onoverkomelijke verschillen of onhebbelijkheden in die kampeertijd naar boven komen vanwege het intieme karakter van kamperen, wat simpelweg inhoudt dat je het grootste deel van de tijd op elkaars lip zit en op elkaar bent aangewezen. Neem daarbij de vaak optredende noodzaak tot improviseren en je hebt een prachtig proeftuintje voor je relatie.

Verbale, non-verbale, energetische en spirituele communicatie

Helaas biedt dit advies zoals gezegd geen zekerheid: daarvoor is de communicatie in een relatie te breed en te diep. Communiceren doe je verbaal door met elkaar te praten, maar ook non-verbaal met je houding, bewegingen, gelaatskleur, ademhaling enzovoort. Slechts vijf procent van onze communicatie bestaat uit praten en de rest is non-verbaal. Naast lichaamstaal maak je ook gebruik van energetische communicatie (waaronder intuïtie en het aanvoelen van elkaar) en van spirituele communicatie. Deze laatste is veel onderschat maar zeer belangrijk, omdat in deze vorm van communicatie de taal van de ziel wordt gesproken en beluisterd. De ziel heeft een doel, een levensplan, en zal altijd zorgen dat dit doel wordt bereikt. Hoe meer je je bewust wordt van dit doel, des te minder hoef je aan het ‘lot’ of ‘toeval’ over te laten en des te meer kun je je leven in eigen hand nemen. Het gedeelte waarvan je je nog niet bewust bent echter, wordt geregeld door je ziel. Wanneer je nu met een partner samenleeft, communiceren jullie zielen ook met elkaar. In deze communicatie wordt bijvoorbeeld gekeken of jullie respectieve levensdoelen met elkaar zijn te verenigen. Is dat het geval, en kunnen jullie het ook met verbale en non-verbale communicatie goed met elkaar vinden, dan is er sprake van harmonie. Wanneer nu deze ‘zielsplannen’ absoluut niet met elkaar overeenstemmen, wordt het erg moeilijk om een goede relatie in stand te houden, zelfs wanneer jullie uitstekend met elkaar kunnen praten, vrijen en lachen.

De fasen in een relatie

Zonder nu te vervallen in een vast patroon van verwachtingen hoe een relatie moet verlopen, kun je grofweg een aantal fasen onderscheiden in het verloop van een relatie. Allereerst is er de contactfase, waarin je elkaar ontmoet. Die ontmoeting kan op allerlei wijzen tot stand komen, en voor de relatie maakt het niet zo veel uit waar, wanneer en onder welke omstandigheden die ontmoeting plaatsvindt. Dit is de fase van ontdekken, leren kennen en herkennen, spiegelen van de eigenschappen, enzovoort.

Je gaat kijken en luisteren (naar de ander, maar ook naar jezelf) en voelen of het in eerste instantie ‘klikt’. Je ontdekt welke raakvlakken er zijn en welke verschillen. Op basis daarvan maak je een afweging: wegen de raakvlakken op tegen de verschillen? Wanneer dat het geval is, ga je de volgende fase in: het afstemmen. Dit kan een kwetsbare fase zijn omdat hier moet blijken of je bereid bent om compromissen te maken, je aan te passen en ook of je partner daartoe bereid is. Al die tijd zijn jullie hevig aan het communiceren met jezelf en met elkaar. In deze fase zou je bijvoorbeeld kunnen afwegen of je als niet-roker wel met een roker wilt samenzijn, als huismus met een feestganger, als natuurliefhebber met een flatliefhebber, et cetera. Een andere reden waarom dit een kwetsbare fase kan zijn, is dat je door bijvoorbeeld verliefdheid of seksuele aantrekking tijdelijk blind bent voor die aspecten van de ander waaraan je je later zou kunnen gaan storen. Of, zoals een vriendin het een keer uitdrukte: ‘In het begin was ik vertederd dat hij zo lekker chips lag te eten in bed, maar twee maanden later ergerde ik me blauw aan de zoutkruimels tussen mijn billen.’

Plastisch uitgedrukt, maar het geeft duidelijk aan wat er in deze fase kan misgaan. Juist in dit stadium is het belangrijk om af en toe even tijd voor jezelf te nemen om met je innerlijk te communiceren. Verliefden echter, zullen blij knikken als ze dit horen en vrolijk verdergaan met het negeren van de signalen…

Aan het einde van de fase van afstemmen, die in tijd kan variëren van een paar minuten tot zelfs jaren, neem je afzonderlijk van elkaar een besluit om verder te gaan of te stoppen. Wanneer jullie besluiten verder te gaan volgt de assimilatiefase waarin je aan elkaar gewend kunt raken, elkaar beter leert kennen, rust gaat vinden in jullie omgang. Daarna zal er regelmatig een moment van evalueren komen, waarin je je afvraagt: ‘is dit wat ik wil?’ of ‘Vind ik het nog steeds leuk?’ Wellicht evalueer je op bepaalde momenten ook samen en bespreek je met elkaar hoe het gaat en of jullie het beide naar de zin hebben. Op basis van één of meer van deze evaluaties beslis je telkens opnieuw, hoewel je dat waarschijnlijk niet ieder uur opnieuw bewust zult doen.

Tijdens al deze stadia leer je elkaars taalgebruik, woordkeuze, manier van spreken, lichaamstaal, gewoonten en gedrag kennen. Als beide partners congruent in hun gedrag, praten en lichaamstaal zijn, komt niemand voor rare verrassingen te staan.

De ideale schoonzoon / -dochter

Een van de grote communicatieproblemen in relaties echter, is het veel voorkomende verschijnsel dat iemand zich van zijn beste kant laat zien om in de gunst te komen van de ander. Wanneer die beste kant met veel pijn en moeite moet worden opgebracht, is het moeilijk om dat langdurig vol te houden en na verloop van tijd zullen de andere aspecten – die zo zorgvuldig verborgen werden gehouden – steeds vaker en duidelijker doorsijpelen in het gedrag, het spreken en de lichaamstaal van zo iemand.

Vrouwen die hun man mishandelen bijvoorbeeld, beginnen daar meestal niet direct in de kennismakingsfase mee, maar bouwen dit in de loop van de tijd op in frequentie en hevigheid.

En hoe vervelend het ook kan klinken: zolang hij de klappen accepteert en bij haar blijft, is hij bezig met het leren van lessen op dat gebied. Dat betekent overigens niet dat hij bewust zal denken: ‘Zo, nu laat ik me geregeld mishandelen door mijn vriendin; en dan leven we nog lang en gelukkig.’ Nee: veelal zal een en ander onbewust worden beslist, en worden er op bewust niveau allerlei rationele redenen opgeworpen om een en ander met de mantel der liefde te bedekken. Vaak hoor je in deze gevallen over de liefde die wordt gevoeld, en die dieper gaat dan de angst of kwaadheid die de mishandelingen op kunnen roepen. En soms ook, is het gewoon een praktische overweging die de persoon in kwestie doet besluiten om de relatie voort te zetten, vooral wanneer hij zijn woonruimte heeft ingeleverd voor het samenwonen.

Afgezien van een eventuele neiging tot mishandelen kan iemand allerlei dingen verbergen bij aanvang van een relatie, en het vergt een wel zeer geoefend oog om de signalen te herkennen die duiden op liegen, veinzen of verzwijgen, zeker wanneer er verliefdheid of aantrekkingskracht in het spel is (en dat is toch vaak het geval bij een beginnende relatie!)

Dat deze signalen moeilijk te herkennen zijn betekent overigens niet dat er geen signalen zijn: die zijn er wel degelijk, en als je weet waar je op kunt letten kun je een hoop ellende voorkomen. Het is echter onmogelijk om een betrouwbare opsomming te geven van deze signalen omdat er veel factoren meespelen zoals persoonlijke manieren van communiceren, externe en interne omstandigheden. De signalen die kunnen duiden op een gespeelde communicatie komen daarentegen nooit geïsoleerd voor, maar altijd in combinatie met andere of ondersteunende signalen. Vooral benadrukking, overdrijving en herhaling van bepaalde aspecten (gedrag, uitspraken en lichaamstaal) kunnen wijzen op onderliggende aspecten die door deze benadrukking, overdrijving of herhaling verdoezeld worden. Wanneer iemand bijvoorbeeld continu herhaalt en benadrukt dat hij bijzonder monogaam is, helemaal niets – nooit! – van andere mensen moet hebben, echt heus eerlijk waar alleen maar naar jou kijkt, je de mooiste, fijnste, prachtigste, liefste, lekkerste en schitterendste persoon op de wereld, nee: in het heelal vindt, kan dat duiden op een verborgen neiging. Nogmaals: KAN daarop duiden.

Een ander signaal dat erop kan duiden dat een of beide partners niet helemaal zeker van hun zaak zijn, is het benadrukken van de uniciteit van hun relatie. Angst om elkaar kwijt te raken kan maken dat er naar de buitenwereld een beeld wordt geschetst van een relatie zoals die nooit eerder op aarde heeft bestaan (en dat is ook zo natuurlijk), die zo speciaal is, dat iedereen dat zou moeten ervaren en waarbij een of beide partners alle mogelijke moeite doen om de omgeving te overtuigen van de uniciteit van deze relatie. Vaak wordt dat gedaan door mensen die eerder teleurgesteld zijn in relaties en nu met alle macht ‘er iets van willen maken’. Uiteindelijk werkt dat niet omdat het niet langdurig (en zeker niet permanent) is vol te houden. Op den duur kan de werkelijkheid niet meer ontkend worden, dringt zich vaker en heviger op aan de geliefden en dan is het alsnog zaak om de balans op te maken.

Wanneer er werkelijk sprake is van een fantastische relatie, zullen de geliefden minder de neiging hebben om dit rond te bazuinen, te benadrukken en te overdrijven.

Emotionele ondervoeding

Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is heel veel geschreven, en terecht. Door velen worden die verschillen gezien als een schier onoplosbare puzzel, met her en der de stukjes verspreid, verstopt en onzichtbaar gemaakt. De paar puzzelstukjes die overblijven en zichtbaar zijn, vormen het gereedschap waarmee we zo goed mogelijk een herkenbaar plaatje mogen vormen.

Vrouwen zijn anders dan mannen; daar zijn de meeste mensen het wel over eens. En die verschillen zijn de laatste jaren ook duidelijker geworden. Toch strandt nog ongeveer tachtig procent van alle relaties. Met andere woorden: wat heb je aan het weten, als het je niet helpt bij het doen? Ik denk dat een deel van het probleem gelegen is in de pogingen die gedaan wordt om mannen meer vrouwelijk te laten denken, doen en zijn, en vice versa. Dat werkt natuurlijk nooit: iedereen heeft immers unieke en seksegebonden eigenschappen, en die verander je niet zo maar even. Natuurlijk is het heel nuttig om te weten dat mannen voornamelijk ‘probleemoplossers’ zijn en vrouwen ‘opvoeders’ en het kan zeker bijdragen tot meer wederzijds begrip wanneer we hier rekening mee houden in onze communicatie. Maar je lost je relatieproblemen niet op door koste wat kost een leidinggevende functie te nemen, je man achter de kinderwagen te zetten, en een aktetas op de achterbank van je sportauto te zetten. Natuurlijk heb je dan voor een deel ‘de rollen omgedraaid’, rollen die ooit bedacht zijn en die al zo lang de overhand hebben in relaties. En natuurlijk is het goed om te onderzoeken of je die rollen wel wilt spelen. Aan de andere kant wordt er zoveel beslist en gedaan om tegen de natuurlijke dingen in te gaan, dat het een probleem op zichzelf is gaan vormen.

Geen mens zal het in zijn hoofd halen om te beweren dat mannen eigenlijk beter geschikt zouden zijn om kinderen te baren en borstvoeding te geven. Niemand kan serieus beweren dat vrouwen eigenlijk een penis zouden moeten hebben en daarmee mannen bevruchten. Dat zijn geaccepteerde, normale, natuurlijke verschillen tussen man en vrouw. Toch zijn er al decennia lang mensen bezig om te proberen vrouwen en mannen uit hun natuurlijke drang te halen.

Zonder nu te beweren dat een vrouw moet opvoeden en een man uit werken moet gaan, is het wel zinvol om eens te kijken waar de natuurlijke grenzen worden overschreden. Mijns inziens getuigt het van gezond verstand wanneer een man of vrouw zich afvraagt of de rol die hem of haar is ‘toebedeeld’ inderdaad wel zo goed past. Een vrouw die het niet ziet zitten om huisvrouw te zijn, moet het volste recht hebben om uit werken te gaan. Het feit dat we over rechten spreken in dezen, is al een teken dat een en ander scheef zit in de opvattingen die de meeste vrouwen over mannen, maar ook de mannen over vrouwen hebben. We laten ons nogal wat door de strot duwen door medici, wetenschap en media. Het lijkt wel of het de kunst is om een eeuwenoud patroon bij de kop te pakken, en zonder te kijken of dat patroon voldoet of niet, het helemaal om te draaien en te roepen: ‘We zijn het zat! Vanaf nu doen we het helemaal anders!’

Toen jaren geleden de eerste verschijnselen van het feminisme opkwamen, was er een gezonde ontwikkeling gaande: vrouwen vroegen zich af of ze inderdaad die inferieure, onzichtbare en minder belangrijke wezens waren zoals ze door een aantal mannen werden gezien. Ze kwamen tot de ontdekking dat er een vreselijk fout beeld bestond over vrouwen, en kwamen in het geweer. Aletta Jacobs wist, ondanks enorme tegenwerking van angstige mannen, te studeren en arts te worden. Een bijzonder mooie ontwikkeling was het gevolg. Na de eerste paniek onder mannen, die niet wisten hoe ze het hadden toen ‘de vrouwtjes’ ineens niet meer zo volgzaam en bedeesd bleken, ontstonden er meer mogelijkheden en kansen voor vrouwen. Dat was een goede ontwikkeling, en zij zette zich voort.

Maar zoals een slinger niet keurig in het midden blijft stilhangen wanneer ze wordt losgelaten, zo sloeg het feminisme door in wat men nu wel noemt ‘de tweede golf’. Dit nu, had weinig meer met feminisme of emancipatie te maken. Waar de eerste-golf-feministen kritisch en scherp de ongelijke verdeling tussen mannen en vrouwen onderzochten, aan de kaak stelden en veranderden, daar gingen de tweede-golf-feministen als een stier in een porseleinkast tekeer. Een heel pakket aan regels werd opgesteld en wie zich er niet aan hield was een vrouwenhater. Uiteraard bereikte deze golf, zoals altijd met strijd, het tegenovergestelde en manoeuvreerde zichzelf in een onhoudbare positie. Feministes werden de karikatuur van wat ze ooit waren. Je zag op de televisie af en toe vrouwen die er alles aan hadden gedaan om op (bepaalde) mannen te lijken, compleet met te grote pakken, kort stekelhaar, op de grond spuwend en vloekend, terwijl ze beweerden juist die mannen waar ze zo krampachtig op wilden lijken, te verafschuwen. Een pathetische vertoning en uiteraard niet van lange duur. Na een tijdje kwam men weer enigszins tot bezinning en ontstond eindelijk het evenwicht, zoals de slinger steeds kleinere uitslagen maakt, en uiteindelijk in het midden blijft hangen. De derde golf van feministen is een groep kritische, intelligente mensen die hebben begrepen dat je met strijd alleen strijd oproept, dat frustratie niet bepaald een ideale motivatie is om veranderingen teweeg te brengen, en dat mannen echt niet de hele dag op de loer liggen en gezamenlijk vergaderingen beleggen om te bespreken hoe ze de vrouwtjes nu weer eens dwars zullen zitten. Kortom: mannen zijn niet langer meer die afgrijselijke, emotieloze, machthebbende beesten. Al zijn er altijd uitzonderingen natuurlijk…

Veel belangrijker dan het verschijnsel feminisme zelf, is het moment waarop het verschijnt. De wereld is voortdurend aan het veranderen en als door een wonder verschijnen op precies de juiste momenten de dingen die nodig zijn voor de ontwikkeling van mens en wereld. Er bestaat niet zoiets als toeval of samenloop van omstandigheden. Er is wel degelijk een gestructureerd kader waarin alles plaatsvindt. Dat wij dat kader niet altijd herkennen, betekent beslist niet dat het niet bestaat. Het feminisme kwam op een moment waarop het evenwicht tussen mannelijk en vrouwelijk zoekraakte. Het paste niet meer in de tijd om mannen alleen de leiding te laten hebben, en vrouwen met een paar kinderen weg te moffelen in huis. De wereld had vrouwelijke eigenschappen nodig en het feminisme heeft erg veel goeds betekend  voor deze ontwikkeling.

De managementtrainingen zoals die nu gegeven worden aan de leidinggevenden, waren veertig jaar geleden ondenkbaar. Het zijn nog steeds meer mannen dan vrouwen die in leidinggevende functies zitten, maar er is gelukkig veel veranderd in het denken en doen van deze leidinggevenden, mede dankzij de emancipatie. Er wordt nu gerefereerd aan emoties in het leidinggeven, en medemenselijkheid. Zakendoen is niet meer alleen maar het spelletje van kat en muis, maar er wordt veel aandacht besteed aan de onderlinge verhoudingen van zakenrelaties. Dat is een verworvenheid die verder gaat dan het bedrijfsleven. Ook in de relaties tussen mannen en vrouwen merk je de laatste jaren een groot verschil met vroeger.

Compromissen sluiten

Een andere vorm van emotionele ondervoeding is het sluiten van compromissen met jezelf. Vanuit de gedachte of overtuiging dat de perfecte partner of relatie toch niet bestaat, doe je dan wat water bij de wijn, steeds meer, totdat je alleen nog water met slechts een vermoeden van wijn hebt. Zeer veel relaties worden op deze manier in stand gehouden, onder verzuchtingen als: ‘Het gras is altijd groener aan de andere kant van de heuvel’ of: ‘Overal is wat.’

Wat er dan gebeurt, is dat een relatie in stand wordt gehouden omdat het alternatief – geen relatie of een andere relatie – natuurlijk nooit zekerheid biedt op een onbezorgd en liefdevol bestaan. Gooi geen oude schoenen weg, is het devies, en degene die als een paar oude schoenen wordt beschouwd, zit meestal in dezelfde ontkenning als zijn of haar partner. En zo worden jaren verspild met ongelukkig zijn, worden mensen uiteindelijk letterlijk ziek van hun ellende en blijven elkaar tijdens die ziekteperioden uit plichtsbesef verzorgen. Wat een ellende. Toch is ook hier sprake van een keuze. De meeste mensen die uit een soort van compromis hun relatie in stand houden, weten veelal wel dat ze dat doen, maar kiezen hiervoor uit gemakzucht, angst voor het eventuele, onbekende alternatief, of gewoon omdat het volgens hen zo hoort en je voor je relatie dient te vechten.

Iedereen heeft uiteraard het volste recht om op deze manier te leven, maar het is wel belangrijk om te weten dat je jezelf ontrouw bent wanneer je volgens compromissen leeft. Je onderdrukt dat je werkelijke, diepgaande wensen en verlangens en neemt genoegen met iets geheel anders, ook al leek dat misschien in die rooskleurige beginperiode heel anders. Niemand kan in de toekomst kijken, en toch blijven we vrolijk allerlei beloften doen aan onszelf, elkaar en anderen, zonder ook maar een idee te hebben of we die beloften ook inderdaad kunnen waarmaken. Dat hoeft natuurlijk niet te betekenen dat je bij alles wat je doet in je relatie een afwachtende houding aanneemt en continu roept: ‘Ik doe geen vaste uitspraken hoor, ik zie wel wat de toekomst brengt’, maar aan de andere kant kun je voor jezelf wel nagaan of je op dit moment het leven leidt dat je wilt leiden en of je op de plaats en met de persoon bent, waar en met wie je wilt zijn. Pijnlijk, maar eerlijk. Bovendien kan het enorm opluchten wanneer je ophoudt jezelf voor de gek te houden en eindelijk jezelf trouw wordt, je verlangens en wensen diepgaand respecterend.

Bindings- en verlatingsangst

Bindingsangst kan een hoop vreugde en liefde buiten de deur houden, door haar beschermende werking tegen teleurstellingen. Als er geen vreugde is, kan er ook weinig teleurstelling ontstaan, lijkt de man of vrouw met bindingsangst bedacht te hebben. Een onderliggende angst bij bindingsangst kan een angst voor tekort zijn. Met andere woorden: als je een partner hebt, mis je waarschijnlijk alle andere mogelijke partners. Ook dit is een veel voorkomende reden van sommige mensen om zich niet ‘vast te leggen’; ze houden als het ware een slag om de arm, zodat ze gemakkelijk weg kunnen indien zich een betere, of soms gewoon alleen maar nieuwere, kans voordoet. De partner van iemand met bindingsangst zou zich kunnen afvragen of dit is wat hij of zij werkelijk wil, en eens goed de signalen oppikken die zijn of haar partner afgeeft en waaruit afgeleid zou kunnen worden dat het hier om bindingsangst draait. Eenmaal de signalen ontdekt, is het raadzaam om een doordachte keuze te maken. Wil je werkelijk een substituut moeder of vader zijn? Wil je echt afwachten en hopen dat je partner maar geen betere of nieuwere partij tegenkomt? Vind je het in orde om als ‘tweedehandsje’ te worden gebruikt?

Natuurlijk is het heel vervelend voor de persoon die bindingsangst heeft, maar zeker ook voor de partner van zo iemand, en die heeft ook het recht om zich te beschermen tegen teleurstellingen, nietwaar?

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat mannen vaker last hebben van bindingsangst dan vrouwen. Of zoals een goede vriendin eens zei: ‘Mijn vriendinnen en ik komen veel BAS-mannen tegen. BAS is een term die we hebben bedacht als afkorting voor Bindings Angst Syndroom. Zodra het te close wordt, rennen ze er met de staart tussen de benen vandoor.’

Wellicht heeft dat te maken met de biologische aspecten, zoals eerder beschreven. Wanneer een man zich aan een partner bindt, kan hij natuurlijk niet meer zijn zaad elders verspreiden, toch?

Bindingsangst kan er onder meer voor zorgen dat er nooit een echte keuze wordt gemaakt. De partner, voor wie niet daadwerkelijk wordt gekozen, zal dan vaak een gemis ervaren vanwege een stuk onbereikbaarheid in haar of zijn partner. De reactie hierop is soms een serie krampachtige pogingen om toch maar zo aantrekkelijk, lief en mooi mogelijk te zijn, hetgeen kan resulteren in vrouwen van vijftig die zich kleden en gedragen als iemand van achttien – het zogeheten ‘kindvrouwtje’ dus – of mannen die tot op hoge leeftijd hun lijf in stoere leren jasjes persen, oorringetjes dragen en heel ‘jongensachtig’ doen. Altijd een wat pathetische vertoning, vind ik, en het geeft duidelijk de ontkenning van het ouder worden aan. Deze mensen hebben vaak een partner die ze als papa of mama beschouwen. En de papa of mama die zo’n partner heeft, beschouwt hem of haar vaak als een ‘groot kind’. En zolang ze er allebei plezier aan beleven, is er uiteraard geen vuiltje aan de lucht. Het probleem ontstaat pas wanneer één van beide toch liever een volwassen relatie zou willen…

Verlatingsangst ligt dicht bij bindingsangst, maar manifesteert zich meestal op andere manieren. Als je goed om je heen kijkt (misschien zelfs in je eigen relatie) kun je opmerken dat bindingsangst bij de ene partner vaak een partner met verlatingsangst aantrekt. Op de een of andere wijze worden deze twee onweerstaanbaar tot elkaar aangetrokken, en ik denk dat het te maken heeft met de wet van de resonantie, waarin datgene gecompenseerd wil worden wat we zelf niet voldoende hebben ontwikkeld.

Mensen met verlatingsangst kunnen, afhankelijk van de hevigheid van de angst, een heel arsenaal aan gedragingen ontwikkelen om zichzelf zo goed mogelijk gerust te stellen. Partners worden talloze keren per dag op hun werk of thuis gebeld, continu worden de agenda’s bij elkaar gehouden om te weten waar Partner zich op ieder moment van de dag bevindt, en geen grotere ellende dan wanneer Partner ergens alleen naar toe wil gaan.

Het wrange van dit soort gedragingen is dat ze erg verstikkend werken op de meeste mensen, zeker op hen die last hebben van bindingsangst. Daardoor werkt het pakket ‘maatregelen’ bij verlatingsangst ook meestal averechts. Door die verstikkende werking – men voelt zich al gauw gemanipuleerd of in de gaten gehouden – wordt de partner eerder afgestoten dan aangetrokken, en zo wordt ook deze overtuiging (Als je niet uitkijkt, word je in de steek gelaten) bewaarheid; altijd door eigen toedoen. Pijnlijk maar leerzaam, voor wie wil kijken en luisteren naar de lessen van het leven.

Wanneer nu de verlatingsangst geheel bewaarheid wordt, en de partner inderdaad vertrekt, zijn de reacties van de achtergeblevene afhankelijk van de instelling van zo iemand. Sommige mensen kunnen het absoluut niet verkroppen dat ze worden verlaten en blijven de ander lastigvallen. Het woord ‘Stalker’ is de laatste jaren bekend geworden, hoewel het verschijnsel al veel langer bestaat.

Samengevat kun je zeggen dat iedere relatie valt of staat met de mate waarin je de relatie met jezelf ontwikkeld hebt. Hoe beter de relatie – en dus ook communicatie – met jezelf, des te meer ‘kans van slagen’ is er voor een liefesrelatie.